Van ego naar eco: Ignace Schops over het (Re)connection Model

Wie na de keynote van Ignace Schops op het Reizen naar Morgen-congres nog meer wilde weten, kon in de namiddag aansluiten bij in zijn verdiepende workshop. Schops, directeur van Regionaal Landschap Kempen en Maasland en drijvende kracht achter het Nationaal Park Hoge Kempen, nam de deelnemers mee in het (Re)connection Model. Een aanpak die regio’s van Zuid-Korea tot de Baltische staten intussen overnamen. 

Van ego naar eco 

Het idee voor het eerste nationaal park van Vlaanderen ontstond op café. Toen de Limburgse mijnen sloten, wilde de overheid herindustrialiseren. Schops zag een andere toekomst. Hij verzamelde wat hij in buitenlandse nationale parken zag werken, en paste het toe in Vlaanderen. In 2006 opende het Nationaal Park Hoge Kempen, en sindsdien is de natuur er verdubbeld en de biodiversiteit sterk gegroeid. Ook de Universiteit Hasselt is er actief, met een ecotron dat simuleert hoe het klimaat van de toekomst ecosystemen zal beïnvloeden. 
 

Schops’ (Re)connection Model wil de samenleving opnieuw met de natuur verbinden. Hij pleit voor een stap weg van het mensgerichte denken, naar een houding waarin we beseffen dat we als zoogdier deel uitmaken van een ecosysteem. “Van ego naar eco,” noemt hij het, samengevat in drie woorden: “we are nature”. 

verdieping van Ignace Schops over klimaat en natuur

Het spiegelei 

Om uit te leggen hoe een nationaal park en zijn omgeving samenwerken, gebruikte Schops het beeld van een spiegelei. Het eigeel is het park zelf, het eiwit de regio errond. Ook die regio wordt interessant voor bezoekers. Het blotevoetenpad in Zutendaal ligt bijvoorbeeld buiten het park, maar wie er wandelt, heeft het gevoel er geweest te zijn. 
 

Dat principe heet smart zoning: meer geven met minder. De kern van het park blijft voorbehouden aan waardevolle natuur. Daarrond liggen zones waar de regio, de toegangspoorten en uiteindelijk de lokale gemeenschap een rol krijgen.  Bezoekersvoorzieningen komen zoveel mogelijk buiten het park, met meer kwaliteit en minder aanbod. Zo blijft er binnen de grenzen meer ruimte voor natuur, en starten wandelaars hun tocht in de regio. 
 

Kleine opbrengsten, grote impact 

Voor de financiering liet Schops zich inspireren door Muhammad Yunus, de man achter de microkredieten van de Grameenbank. Het park leeft niet van één grote inkomstenbron, maar van veel kleine. Het blotevoetenpad is daar een mooi voorbeeld van: bezoekers betalen om hun schoenen en kousen uit te doen en door de natuur te wandelen. Ook hotels, cafés en restaurants in de regio dragen bij, net als fooien en giften. 
 

De organisatie rust op drie pijlers. Een fonds beheert de projectmiddelen en giften. Services zoals de webshop, e-bikeverhuur en merchandise zorgen voor extra inkomsten. En een academy bundelt het wetenschappelijk onderzoek en de rapporten over het park. 

Een park dat zijn regio versterkt 

Het verhaal van de Hoge Kempen toont hoe natuurbescherming en lokale economie elkaar kunnen versterken. Precies daar raakt het aan Reizen naar Morgen. Een nationaal park dat zijn natuur beschermt, zijn regio laat meegroeien en bezoekers verbindt met het landschap, toont hoe toerisme waarde kan creëren voor bewoners, ondernemers, bezoekers en de plek zelf. 

Meer weten    

Op de congrespagina vind je een overzicht van het Reizen naar Morgen-congres 2026, met sfeerbeelden, de aftermovie en de verslagen van de sessies. Wil je op de hoogte blijven of zelf inspiratie delen? Volg ons op LinkedIn, word lid van onze Facebook-groep of schrijf je in voor de Reizen naar Morgen-nieuwsbrief. 
 

Dit artikel kwam tot stand dankzij de samenwerking met Hogeschool VIVES, op basis van het verslag van Noor Vermeire.