Achter vier meter hoge muren langs de Brugse ring leefden de benedictinessen 400 jaar lang in stilte. Vandaag is de Sint-Godelieveabdij een pilootproject van Toerisme Vlaanderen waarin de Reizen naar Morgen-visie op een inspirerende manier tot leven wordt gebracht. Tijdens het Reizen naar Morgen-congres dompelde projectleider Kristof Lataire de workshopdeelnemers onder in de toekomstplannen voor deze plek. Voor hem was het een thuismatch: hij begeleidde het Reizen naar Morgen-traject en de herbestemming van de Sint-Godelieveabdij van bij de start en werkt vandaag verder rond erfgoedbeleving en de toekomst van religieuze plekken.
Een vraag die heel Vlaanderen aanbelangt
Het project gaat verder dan één abdij. Religieuze plekken bepalen een groot deel van de Brugse binnenstad, en voor al die plekken een nieuwe toekomst bedenken, is een enorme opdracht. Met de Sint-Godelieveabdij wil Toerisme Vlaanderen religieuzen en lokale besturen inspireren. Niet met een plan om één op één te kopiëren, wel met stappen die anderen op weg kunnen helpen.
De Sint-Godelieveabdij ligt in West-Brugge, het rustige deel van de stad, buiten de grote toeristische stromen. Net daardoor kan ze ook een plek worden voor de Bruggelingen zelf. De ambitie gaat dus verder dan financieel rendement. Het doel is de creatie van maatschappelijke meerwaarde en een florerende religieuze erfgoedplek.
Herwaarderen in plaats van herbestemmen
Lataire spreekt bewust niet over herbestemmen. Wie herbestemt, vult vierkante meters met een nieuwe functie. Wie herwaardeert, vertrekt vanuit de ziel van een plek en geeft die door aan volgende generaties.
Die ziel zit in veel meer dan de gebouwen. Ze zit in het leven van de zusters, die er in afzondering leefden, werkten en zieken verzorgden. Ze zit in hun verhalen, gebruiken en spiritualiteit. En ze zit in de uitzonderlijk grote collectie die de spaarzame zusters achterlieten. Bij bouwhistorisch onderzoek dook bovendien het oudste boerderijtje van de Brugse binnenstad op.
800 bezoekers per dag
In de zomer van 2021 gingen de deuren van de abdij voor het eerst in 400 jaar open voor het brede publiek. Lataire hoopte stilletjes op 100 bezoekers per dag. Na de eerste dag kwamen er elke dag zo’n 800, vooral Bruggelingen en Vlamingen die wilden zien hoe de zusters leefden. Wie binnenkwam, kreeg een vraag mee: stel dat je hier in 2030 terugkomt, wat doe je hier en wie ontmoet je? Volgens Lataire werd het zo het grootste participatieve onderzoek in Europa naar de toekomst van een religieuze plek. Met al die toekomstbeelden ging het team daarna aan de slag om te experimenteren.
Ook bij de verhuis van de collectie naar de Capucijnenkerk aan de overkant van de straat werden de Bruggelingen ingeschakeld. Een lange menselijke ketting gaf meubels en voorwerpen van hand tot hand door. Het archeologisch onderzoek gebeurde in het openbaar, zodat iedereen kon meekijken. Zo groeide eigenaarschap bij de gemeenschap.
Van boomgaard tot coworking in de slaapcellen
Bij het herwaarderingstraject werden verschillende accenten gelegd. De abdij moet drempelvrij zijn, ook voor mensen met minder financiële middelen. Families, kinderen, jongeren en scholen krijgen extra aandacht. Het is geen klassiek museum, wel een plek waar je voelt alsof de zusters net vertrokken zijn en waar ruimte is voor dialoog over actuele thema’s. En bezoekers moeten een reden hebben om terug te komen, met nieuwe activiteiten en workshops.
Concreet krijgt de boomgaard een rol als onthaal- en picknickplek. In de vroegere abdijboerderij vinden artisanale producten uit Brugge en het Brugse Ommeland en een microbrouwerij hun plaats. Een nieuw paviljoen nodigt uit om te vertragen en vertelt in korte filmpjes het verhaal van de abdij. In de workshopkeuken leer je het culinaire erfgoed van de zelfvoorzienende zusters kennen. Een gemeenschap van plekhouders, Bruggelingen die zich betrokken voelen, onderhoudt mee de tuinen. Het slot toont de topstukken van de collectie, en de pandgang, de kamer van de abdis, de kapittelzaal en de abdijkerk worden een genereuze ruimte voor activiteiten. De vroegere slaapcellen bieden ruimte voor rustige werkplekken en coworking. De kantoorbestemming zorgt voor de belangrijkste inkomsten.
Ook de buren worden niet vergeten. Bezoekers komen binnen langs de drie originele ingangen, en aan de kant van het UNESCO-rondpunt komt een fietsenstalling, zodat de rust in de straat bewaard blijft.
Geen schoonmoeder
In 2028 gaan de deuren volledig open. De Vlaamse overheid investeert fors in het project, aangevuld met andere middelen. Voor de uitbating wordt een partner gezocht die het beheer van het grootste deel van de site verzorgt. Een aparte organisatie met lokale mensen en gidsenverenigingen staat in voor onderzoek, conservering en ontsluiting van het erfgoed.
De overheid kiest daarna bewust voor een stap terug. Ze faciliteert en bewaakt dat de ziel van de plek en de Reizen naar Morgen-visie gerespecteerd worden, maar blijft niet meedirigeren. “We gaan niet als schoonmoeder meekijken”, klonk het bij Lataire.
Het meest trots is Lataire niet op het plan zelf, wel op de manier waarop het tot stand kwam. De Bruggelingen zijn vandaag betrokken bij wat zij ‘onze abdij’ noemen. Samen met het potentieel voor internationale bezoekers en de ondernemers die er straks aan de slag gaan, is dat volgens Lataire de kracht van Reizen naar Morgen.
Meer weten
Op de congrespagina vind je een overzicht van het Reizen naar Morgen-congres 2026, met sfeerbeelden, de aftermovie en de verslagen van de sessies. Wil je op de hoogte blijven of zelf inspiratie delen? Volg ons op LinkedIn, word lid van onze Facebook-groep of schrijf je in voor de Reizen naar Morgen-nieuwsbrief.
Dit artikel kwam tot stand dankzij de samenwerking met Hogeschool VIVES, op basis van het verslag van Xanthe Meerschaert.