Eco-positief in plaats van ego-positief: Ignace Schops over de natuur onder ons toerisme

Wie op 6 oktober het congres van Reizen naar Morgen in het Provinciaal Hof in Brugge bijwoonde, kreeg van keynotespreker Ignace Schops geen geruststellend verhaal. Wel een eerlijk verhaal, met verrassend veel hoop. Schops is directeur van Regionaal Landschap Kempen en Maasland en voorzitter van EUROPARC Federation. Hij stond mee aan de wieg van het Nationaal Park Hoge Kempen, het eerste nationaal park van Vlaanderen, en kreeg daarvoor in 2008 de Goldman Environmental Prize, ook wel de groene Nobelprijs genoemd. In zijn keynote ‘Als eenvoud terug bijzonder wordt’ nam hij de zaal mee van het ijs in Groenland tot de natuurgebieden in Limburg. Zijn boodschap was helder: toerisme staat of valt met gezonde natuur. 

Leren kijken 

Schops begon bij iets eenvoudigs: kijken. Kritisch kijken, en je afvragen of wat je ziet of leest een feit is of fictie. Van daaruit kan je de volgende stap zetten en nagaan wat je op je eigen plek zelf kan aanpakken. Tijd is daarbij de grote tegenstander. Hij gaat snel, en dat dwingt ons om te kiezen wat echt belangrijk is. 

Elke tiende graad telt 

Dat het klimaat verandert, zie je vandaag overal. In Groenland boren wetenschappers door de ijskap tot op de bodem en lezen ze hoe de CO₂-concentraties vroeger schommelden. Het verband tussen onze uitstoot en de temperatuur op aarde is duidelijk. De gevolgen ook: overstromingen, hevige regenval en bosbranden. Augustus 2026 was de warmste maand ooit gemeten en Europa telde 1.800 natuurbranden. 

De mens kan zich goed aanpassen, maar niet onbeperkt. Hoe hoger de temperatuur, hoe moeilijker dat wordt. Daarom, zo benadrukte Schops, loont het om voor elke tiende graad te blijven vechten. En hij gaf de zaal een gedachte mee die bleef hangen: dit jaar is het koudste jaar dat we de rest van ons leven nog zullen meemaken. 


Een vliegtuig met ontbrekende onderdelen 

Om duidelijk te maken wat biodiversiteit betekent, gebruikte Schops het beeld van een vliegtuig. Hoor je dat er twaalf onderdelen ontbreken, dan stap je niet in. Toch weten we niet hoeveel soorten er mogen verdwijnen voor onze planeet niet meer goed functioneert. Wereldwijd dreigen ongeveer één miljoen soorten uit te sterven. Met elke soort verdwijnt ook kennis die we nog niet hebben ontsloten. 

Ook dichter bij huis zijn de signalen duidelijk. Plastic duikt op in de magen van vogels en vissen, en zelfs in ons bloed. Wie een bos kapt, verliest niet alleen bomen maar ook alle dieren en organismen die ervan afhangen. In ongeveer negentig jaar tijd is de hoeveelheid wildernis bijna gehalveerd, en ook de kwaliteit en vruchtbaarheid van de bodem gaan snel achteruit. 

Luisteraars op het RnM-congres

Wat is natuur eigenlijk waard? 

Economie betekent oorspronkelijk het beheer van het huishouden. Ecologie, de studie van onze leefomgeving, deelt dezelfde wortels, en dat is geen toeval. Ongeveer de helft van de wereldeconomie hangt af van gezonde ecosystemen. Toch drukken we waarde nog altijd vooral uit in geld. Een diamant is financieel veel waard, maar water redt levens. Bossen leveren zuurstof en regelen de waterhuishouding. Bijen bestuiven gewassen voor een economische waarde van zo’n 153 miljard euro per jaar. Waar ze verdwenen zijn, moeten mensen planten met de hand bestuiven. 

Ook toeristische bestemmingen voelen het. Waar minder sneeuw valt, wordt kunstsneeuw gemaakt. Sommige stranden in Thailand verloren hun aantrekkingskracht door vervuiling en te veel bezoekers. Een bestemming die haar natuur uitput, zaagt aan de tak waarop ze zit. 
 

Van FOMO naar JOMO 

Gelukkig zag Schops ook trends die de goede kant op wijzen. Reizigers schuiven op van FOMO, de angst om iets te missen, naar JOMO: de vreugde van bewust iets niet te doen. Slow travel maakt een comeback. In plaats van zoveel mogelijk plekken af te vinken, nemen reizigers de tijd om een bestemming echt te beleven. En dat is ook gezond: dertig minuten in de natuur doet al deugd voor lichaam en geest. 

Voor ondernemers gaf hij het begrip LATTE mee: toerisme dat lokaal, authentiek, traceerbaar, betrouwbaar en ethisch is. Het uitgangspunt is ‘One Health, One Earth: de gezondheid van mensen, dieren en de planeet hangt samen. De ambitie die Schops vooropstelde, vat het mooi samen: eco-positief worden in plaats van ego-positief. 

Oplossingen zijn er genoeg, de vraag is of we ze snel genoeg toepassen. Schops verwees naar de auto van Ford. Die werd pas een succes toen de overheid ook wegen aanlegde. Goede ideeën hebben de juiste ondersteuning nodig om door te breken, en dat geldt evengoed voor natuurherstel. 
 

Limburg als bewijs 

Dat natuur ook een economische motor is, toonde Schops met het Nationaal Park Hoge Kempen. Het idee ervoor ontstond toen de Limburgse mijnen in de jaren negentig sloten en de overheid wilde herindustrialiseren. Schops zag het anders, en in 2006 opende het park. Vandaag beslaat het ongeveer 12.000 hectare, verspreid over tien gemeenten. Ecoducten verbinden er natuurgebieden met elkaar en voormalige mijnsites krijgen een nieuwe invulling. In de regio gaat 200 miljoen euro naar natuur en fietsen, en voor het nationaal park werd 400 miljoen euro vermeld. Het park is goed voor een jaarlijkse omzet van 191 miljoen euro, 5.000 jobs en 1,5 miljoen bezoekers per jaar. 

Elke euro die in natuur wordt geïnvesteerd, kan volgens Schops tot tien euro aan maatschappelijke waarde opleveren. Voor wie in toerisme werkt, is dat geen abstract cijfer. De natuur is waar je bezoekers voor komen, waar je bewoners van leven en waar je onderneming op steunt. Wie daar vandaag in investeert, bouwt aan een bestemming waar ook binnen vijftig jaar nog graag gereisd wordt. 
 

Meer weten

De presentatie van Ignace Schops vind je hier. 

Op de congrespagina vind je een overzicht van het Reizen naar Morgen-congres 2026, met sfeerbeelden, de aftermovie en de verslagen van de sessies. Wil je op de hoogte blijven of zelf inspiratie delen? Volg ons op LinkedIn, word lid van onze Facebook-groep of schrijf je in voor de Reizen naar Morgen-nieuwsbrief. 

Dit artikel kwam tot stand dankzij de samenwerking met Hogeschool VIVES, op basis van het verslag van Sarah Sodhi.