,

Het is een cadeau

De zomer van 2020. Mark Coenen.

De vakantiecolumn van Mark Coenen

Vakantie gaat eigenlijk over een onbedwingbaar verlangen naar de ideale wereld en na twee weken weten dat die eigenlijk niet bestaat. En blij zijn dat je dan eindelijk terug naar huis kan. Maar daarvoor moeten we weer twee dagen als een kudde schapen over de Autoroute dus Soleil jakkeren en ons blauw betalen aan de Péage en aan die broodjes zogenaamd gezond die eigenlijk helemaal ongezond zijn.

Úren staan we in de file aan de Gotthard Pass, terwijl de kinderen op de achterbank voor de vijf miljoenste keer iets van de Kampioenen bekijken. Kampioen zijn is plezant: zelden is er een grotere leugen verkondigd, zeker na vijf miljoen keer.
“Zijn we al thuis papa?”
“Nee jongen, pas binnen zeventien uur, als papa de hele nacht door rijdt. Slaap nog maar een beetje.”
“Maar ik moet plassen!”
“Doe maar in uw broek”.
Net voorbij Colmar moet de hond overgeven: zijn pilletje tegen wagenziekte is uitgewerkt maar het was het laatste en we hoopten zonder ongelukken thuis te geraken. Niet dus. De auto ruikt de laatste tweehonderd kilometer voor de grens als een potje aangebroken humus van vorig jaar dat te lang in de zon heeft gestaan en is gaan gisten.
“Papa ik moet overgeven”.
“Ik ook jongen, ik ook.”

Sfeervol kokhalzend rijden we, eens voorbij Luxemburg, van de zenuwen plankgas op de E40, waardoor we twee keer geflitst worden en onze vakantie, die al boven budget was, helemaal onbetaalbaar wordt. Dat beseffen we een week later, als de boetes binnenkomen.

Als we eindelijk thuis zijn gaan we snel nog naar het frituur: na veertien dagen deegwaren is iedereen toe aan wat gezonde koolhydraten met wat goudeerlijke mayonaise. De volgende ochtend, bij de broodjes van onze eigen bakker en een koffietje weten we: nergens beter dan thuis is niet alleen de slogan van een soap. We zijn ziende blind.

Mensen zeggen wel eens, als het voorwerp dat ze zo lang zoeken vlak voor hun neus ligt: seffens bijt het. Dat zal met vakantie in eigen land dit jaar net hetzelfde zijn: seffens bijt het. Hoe is het mogelijk dat we dat nu pas zien: ons geluk lag binnen handbereik. We zoeken iets wat we al altijd hebben gehad: rust, schoonheid, zon, vergezichten. Maar we keken niet goed. Als het hier Spanje was, we zouden beter kijken. Maar het is hier Spanje niet.

We moesten alleen leren zien: dat de Schelde hier zo mooi is als de Tiber, dat Haspengouw Toscane in het klein is en dat nergens de duinen uitgestrekter zijn of het moet in de Sahara zijn en daar is het veel te warm. Waar we ook wonen in Vlaanderen: deze zomer zijn we nooit verder dan twee uur verwijderd van onze vakantiebestemming. Waardoor we dus eigenlijk vier dagen vakantie winnen: twee dagen heen, twee dagen terug. Vier volle dagen vakantie extra! We zochten wat we altijd al hadden: het lag in onze achtertuin maar we zagen het niet. Om u maar te zeggen: het feit dat we deze zomer niet allen naar het buitenland gaan is een cadeau. Een cadeau zeg ik u. Volgend jaar opnieuw!

Deel dit artikel