,

Zit reizen in eigen land weldra in onze cultuur?

Giselinde Kuipers

De Nederlandse Giselinde Kuipers is cultuursocioloog aan de KU Leuven. Ze onderzocht hoe mensen overal ter wereld humor gebruiken om de coronacrisis lichter te maken. Deze mondiale crisis leidt tot een mondiale reflectie van steun zoeken in humor. Maar hoe zit het met onze reflectie op duurzaamheid en over- of ondertoerisme? We vroegen Giselinde naar haar visie op de rol van reizen in onze cultuur.


Is de grote verbondenheid door de coronacrisis tijdelijk, of zal die blijven?

Giselinde Kuipers: “Het is algemeen bekend dat solidariteit hoort bij het hoogtepunt van zo’n crisis. Mensen zoeken steun bij elkaar, omdat ze heel onzeker zijn. Op het moment dat de grond onder hun voeten verdwijnt, hebben ze elkaar heel acuut nodig: voor de sociale steun en voor het betekenis geven. Want mensen zijn fanatiek betekenisgevende wezens. Maar wanneer er nieuwe evenwichten ontstaan, is die acute noodzaak minder groot. Dan begint de enorme solidariteit af te bladderen. Op het moment dat je wakker wordt uit de crisis en merkt dat de wereld voorgoed veranderd is en dat het misschien nog een hele tijd moeilijk zal worden, steken conflicten vaak opnieuw de kop op. En als de crisis heel erg is, drijft dat mensen zelfs uit elkaar. Dat weten we uit onderzoek over de fases die horen bij rampen. Het kan zijn dat sommige dingen blijven, maar we worden niet ineens met z’n allen betere mensen dan een half jaar geleden. Daar moeten we realistisch over zijn. Maar het mooie is dat de creativiteit, zoals we die gezien hebben, als ankerpunt gebruikt kan worden om mensen blijvend te herinneren aan die fase.”

Kan die verbondenheid helpen om richting duurzaamheid te gaan?

Kuipers: “Zo’n verandering gebeurt natuurlijk niet vanzelf. Je kan wel het momentum gebruiken om dit institutioneel te verankeren, door het implementeren van nieuw beleid. Duurzaamheid is een goed voorbeeld van wat sociale wetenschappers het collectieve-actieprobleem noemen. Voor alle mensen samen is het heel voordelig dat de planeet proper blijft. Maar als er niet genoeg mensen meedoen, dan ben jij dingen aan het opofferen, terwijl er toch niets verbetert. Dat is bij milieukwesties heel duidelijk. Je kan wel zeggen: ‘Ik stop met vliegen’. Maar als de anderen blijven vliegen, dan ben jij de enige die in je achtertuin op vakantie gaat en wordt de wereld toch niet beter. Zulke collectieve actieproblemen kunnen we nu oplossen door instituties te bouwen die groter en duurzamer zijn dan individuele mensen. Zo maakte de Tweede Wereldoorlog het mogelijk om versneld een verzorgingsstaat op te tuigen. Voor die tijd waren mensen niet bereid om een deel van hun welvaart op te geven voor anderen. Doordat alles opgeschud werd, waren burgers plots wel bereid om meer premies te betalen voor armoedebestrijding en ouderenzorg. Zulke mechanismen kunnen dus makkelijker in gang gezet worden na een grote crisis. Want dan denken mensen meer aan het grote belang en minder aan zichzelf. De solidariteit die er op dat moment is, zou dus op politiek of institutioneel niveau gebruikt kunnen worden.”

Zorgt dat collectieve actieprobleem voor de discrepantie tussen wensgedrag en werkelijk gedrag?

Kuipers: “Er zijn wel meer psychologische mechanismen die meespelen. Eén daarvan is dat we makkelijker op korte termijn kunnen denken dan op lange termijn. Ook dat kan je oplossen door voor collectieve structuren te zorgen. Een voorbeeld daarvan zijn pensioenen en verzekeringen. Die bieden een antwoord op datzelfde probleem. Het is namelijk moeilijk voor mensen om na te denken over wat ze moeten doen als ze 65 zijn. Je kan oplossingen daarom verankeren in organisatorische structuren. In hun eentje kunnen mensen het niet, maar in grote gehelen lukt het wel.”

Kan de overheid een evenwichtig kader voor toerisme scheppen?

Kuipers: “Jazeker. Wat veel besproken wordt, is om voorwaarden te stellen aan de steun voor toeristische organisaties, zodat ze een duurzaam beleid moeten voeren. Een heel opvallend voorbeeld: Air France krijgt in Frankrijk enkel steun als ze meewerken aan de verduurzaming van de luchtvaart en intensiever samenwerken met het spoor. Maar ook lokale overheden in Vlaanderen kunnen beslissen dat een museum of een attractie pas steun krijgt als er goed wordt nagedacht over allerlei vormen van duurzaamheid of toeristenspreiding. Overheden hebben er door de crisis een breekijzer voor dat ze anders niet hebben.”

Giselinde Kuipers © Kaspar Bams

Zijn toeristen effectief op zoek naar lokale, authentieke belevingen?

Giselinde Kuipers: “Er zijn heel grote verschillen wat dat betreft. Toerisme is de afgelopen jaren steeds diverser geworden. Maar in het algemeen zoeken mensen zeker naar dat authentieke, zij het in een iets mooiere, gestileerdere versie dan het echte lokale. Een voorbeeld daarvan is de Amsterdamse fietscultuur. Als je niet gewend bent om zo te fietsen, is het er best gevaarlijk en zelfs dodelijk. Er moeten dus aanpassingen gedaan worden om het haalbaar te maken voor toeristen. Bij het Vlaamse toerisme zie je dat ook. Sommige Vlaamse kantjes worden wat meer uitgelicht en andere meer weggepoetst om de authentieke beleving toegankelijk te maken.”

Is zo’n gestileerde versie dan nog wel iets positiefs?

Kuipers: “In Amsterdam is er de afgelopen jaren iets misgegaan. Het is er voor de inwoners vaak niet meer aangenaam. Ze hebben het gevoel dat ze figuranten zijn geworden in een soort Disneyland-versie van hun eigen stad. Zo ontstaat er weerstand tegenover dat gestileerde beeld van de bestemming. Zo verlies je het echte lokale gevoel. Want het beeld wordt niet alleen overgenomen door de buitenlanders, ook door de inwoners zelf. Het lijkt alsof ze in een nepversie leven. Op emotioneel vlak is het een soort verlies dat je heel moeilijk kunt uitleggen. Want alles is er nog, maar eigenlijk is het er niet meer. Dat is heel onthutsend. In Vlaanderen kan je dat heel goed bijsturen door met bewoners goed te blijven nadenken over wat wel en niet kan. Er zijn ook ongelooflijk veel mogelijkheden voor regelgeving. Als overheid sta je dus niet met lege handen. Daarnaast zijn er ook genoeg mogelijkheden voor spreiding. Je kan veel mensen kwijt zonder dat ze elkaar voor de voeten lopen, want er is heel wat variëteit.”

Wat kunnen we doen om toeristen zelf een mindshift te laten maken?

Kuipers: “Het eerste wat je institutioneel kan doen, is ervoor zorgen dat wanneer een bepaalde hoeveelheid toeristen bereikt is, er geen meer bij kunnen. Bijvoorbeeld door een beperking van het aantal hotelbedden. Zo voer je een praktische belemmering in. Iets moeilijk maken, is het eerste wat helpt om menselijk gedrag te sturen. Daarna kan je inzetten op betekenis. Je kan dan zorgen dat alternatieve plekken even betekenisvol worden. Dat is niet gemakkelijk. Een van de betekenissen die je kan aansturen, is het idee van authenticiteit en buiten de platgetreden paden gaan, weg van het massatoerisme. Dat verhaal spreekt veel mensen aan. Het kan helpen om ze andere plekken te laten bezoeken dan bijvoorbeeld enkel Brugge. In Nederland hebben sommigen geprobeerd om Amsterdam te vergroten, door de wijde omgeving Amsterdam te noemen: het kasteel van Amsterdam (in Muiden), het strand van Amsterdam (in Zandvoort), … Dat vind ik niet zo overtuigend, want dan kapitaliseer je op hetzelfde imago. Je kan beter een variëteit aan imago’s, betekenissen en associaties uitbouwen. Maar dat is een veel langzamere strategie. Mensen organiseren zich bijvoorbeeld steeds meer in gescheiden groepen met andere smaken en stijlen. Daarop kan je met toerisme inspelen: ‘Dit is voor dit soort mensen en dat is voor dat soort mensen.’ Het past bij hoe cultuur vandaag werkt. Want culturele levensstijlen en smaken zijn steeds meer gefragmenteerd. Toerisme kan ook zo werken. Vlaanderen is daar zeer geschikt voor, omdat de variëteit zo groot is.”

Helpt vakantie doorbrengen in eigen land om wat dichtbij is meer te gaan appreciëren?

Kuipers: “Dat zou een blijvend effect kunnen zijn. Heel veel mensen zijn tijdens de quarantaine gaan wandelen in hun buurt. Het werd als prettig ervaren. Je neemt je omgeving op een totaal andere manier waar: langzamer en veel intenser. Hierdoor merk je beter op wat er te zien is. Ik wandelde al veel, maar heb toch plekken vlak bij huis gevonden die ik niet kende en die heel mooi zijn. Bij heel wat mensen zal dit effect verdwijnen, maar bij voldoende mensen zal het blijven. Ik reis heel veel voor mijn werk, maar door corona ben ik dit jaar al twee keer in eigen land (Nederland) op vakantie geweest. Ik was onder de indruk van de enorme variatie aan landschappen en plekken die je in eigen land terugvindt.”

Is reizen in eigen land, gedrag dat wordt ingegeven omdat het niet anders kan of zal het blijven?

Kuipers: “Ik kan me voorstellen dat de onzekerheid en de angst nog lang zullen duren. Ik denk ook dat reizen nog een tijd duur zal zijn. Ik ga ervan uit dat de prijs van vliegtickets de hoogte in zal gaan. Wat dat betreft zal er een hele grote markt moeten ontstaan voor reizen dichterbij. Want in heel Noordwest-Europa zijn mensen verslaafd aan vakantie. Dat merk je aan de vele krantenartikelen over of we terug op vakantie kunnen en wanneer. Dat is heel belangrijk voor heel veel mensen. Vakantie dichterbij zal de komende tijd dus veel gebruikelijker zijn.”

Zal onze reiscultuur veranderen?

Kuipers: “Wat nog een tijdje zal blijven, is een zekere mate van risicomijding. We waren met z’n allen zo zeker van zoveel. Je kon zomaar naar Afrika vliegen of even gaan backpacken in Thailand. In die existentiële zekerheid, dat de wereld van ons was en goed te regelen viel, is een barst gekomen. Het zal nog even duren voor het veiligheidsgevoel volledig terug hersteld is. En voor heel wat mensen komt dat gevoel niet meer terug. Europa zal dus veel aantrekkelijker gemaakt moeten worden als bestemming.”

Als we vakantie in eigen land promoten, moeten we dan focussen op het feit dat het ‘heel veilig’ is?

Kuipers: “‘Heel veilig’ klinkt niet zo avontuurlijk. Ik zou het anders formuleren. Bijvoorbeeld dat er heel veel variatie dichtbij is, dat er veel verschillende landschappen zijn of dat je hier ook exotische ervaringen kan hebben. Dat lijkt me wel iets.”

Giselinde Kuipers © Kaspar Bams

Wat neemt u zelf mee uit deze bijzondere periode?

Giselinde Kuipers: “Hoeveel variatie er is in mijn directe omgeving. Maar ook hoe ik gewend was om te reizen en wat een schok het was toen dat ineens niet meer kon. Door de sluiting van de grens tussen Nederland en België kon ik letterlijk niet meer naar mijn werk. Het heeft me aan het denken gezet over hoe ik eraan gehecht ben om van de ene plek naar de andere te kunnen reizen. Zonder te reizen, ziet mijn leven er totaal anders uit. Dat leven is ook goed, maar het was wel een ontdekking om te zien hoe ‘normaal’ reizen voor mij was en hoe snel zoiets kan verdwijnen. Ik mis het heel erg. Het contact met de mensen, de andere werelden, het reizen zelf, dat kan op geen enkele manier vervangen worden door al dat ge-Zoom.”

Uitgelichte afbeelding Giselinde Kuipers © Milette Raats

Deel dit artikel