,

Zijn we bereid om de wereld te veranderen na corona?

Axel Smits

Axel Smits, CEO van PwC Belgium, schreef in het begin van de coronalockdown op LinkedIn een opiniestuk over de veranderingen die deze crisis met zich zou meebrengen. We zijn benieuwd hoe hij er intussen naar kijkt.


Denkt u dat de shift die bezig was, zich verder zal zetten?

Axel Smits: “In onze organisatie waren we voordien ook al bezig met thema’s als flexibel werken, mobiliteit en klimaat Maar door corona werden we er plots op een andere manier mee geconfronteerd. Thuiswerken lijkt de norm geworden. Veel mensen hebben hierdoor de reflex: ‘Waarom nog in de file gaan staan?’ Deze crisis biedt de mogelijkheid om het anders te gaan doen. Het was de ideale aanleiding om de pauzeknop in te drukken en over deze thema’s na te denken. Ik ben nu wel iets minder optimistisch dan in het begin van de crisis en denk niet dat alle mogelijke veranderingen echt zullen gebeuren. Ik zie hoe mensen in hun oude gewoontes hervallen, op het moment dat de restricties soepeler werden. Ik denk dat er dus ook goed beleid nodig is om dingen te veranderen.”

Hoe kunnen we de positieve impact vasthouden en doortrekken in het toerisme?

Smits: “Het gaat om het evenwicht tussen duurzaamheid en rendement. Venetië toont aan dat een stad kan verstikken in het toerisme. Anderzijds is er ook genoeg toerisme nodig om zo’n stad te laten leven. Aan de overlast moet iets gedaan worden, maar het moet tegelijk rendabel blijven. Veel heeft te maken met ons economisch model in toerisme, dat vaak gaat voor hoge volumes en lage marges. Hierdoor kunnen er geen reserves worden opgebouwd. Als het volume dan plots wegvalt, hebben kleine spelers geen buffer en komen ze in de problemen. Dat kan opgelost worden door beleid dat regelgeving oplegt. De kwantiteit vervangen door kwaliteit, daarbij horen allicht iets hogere prijzen, maar dat zou gepaard moeten gaan met een verplichting om wat reserves op te bouwen. Dus minder mikken op volume, meer op kwaliteit, op duurzaamheid.”

Wat kunnen de ondernemers en de overheid doen om de switch te maken?

Smits: “Er zijn twee mogelijkheden. De overheid kan het aantal spelers beperken of bedrijven kunnen zich verenigen om de kosten te spreiden en beter voorbereid te zijn op momenten dat het minder goed gaat. Naast corona kunnen er ook andere uitdagingen zijn, zoals slechte weersomstandigheden. Consolidatie van spelers, waardoor ze weerbaarder worden, lijkt me dan een interessante piste.”

Hoe kan zoiets in het Vlaamse kmo-landschap, dat uit veel kleine spelers bestaat, zeker in het toerisme?

Smits: “Ofwel laten we het zo en dan speelt de wet van de sterkste. De commercieel zwakkeren vallen er dan gewoon tussenuit. Ofwel kan de overheid een regulerende rol spelen. Je kan het aantal vergunningen in de sector bijvoorbeeld beperken. In sommige buitenlandse steden gebeurt dat al voor taxichauffeurs. Als overheid kan je het aantal spelers in de markt controleren en het hebben van een vergunning een waarde geven. Stel dat je jouw licentie kan overdragen als je met pensioen gaat, dan is dat ook een buffer voor de toekomst.”

Zijn er andere sectoren die kunnen inspireren om een duurzamer toeristisch product te creëren?

Smits: “Sectoren die de digitalisering omarmd hebben en die hebben ingezet om de ervaring beter te maken, zijn zeker interessant. Sterke spelers in e-commerce creëren een sterke beleving. Want voor de rest is het aanbod vergelijkbaar. Prijzen zijn transparant. Het komt er dus op aan om een betere beleving en service aan te bieden. Wie ergens geweest is, moet het super vinden, zodat het gedeeld wordt op sociale media. Reviews geven, is vandaag heel laagdrempelig geworden. Je moet zorgen voor een totaalbeleving als je nog wil meespelen, wat vroeger minder noodzakelijk was.”

Wat is uw visie op glocalization? En kent u al bedrijven die ermee bezig zijn?

Smits: “Globalisering is al vijftig jaar bezig. Ook voor de coronacrisis waren er al problemen mee, denk maar aan het Amerikaans-Chinees handelsconflict. De aandachtspunten zijn weliswaar op scherp gezet. Veel bedrijven hebben immers vastgesteld dat een te grote afhankelijkheid van het buitenland je kwetsbaar maakt. Want de zwakste schakel in je supply chain maakt dat het werkt of niet meer werkt. Wat ik veel zie, is dat bedrijven nu alles wat fysieke beweging betreft, gaan ontdubbelen. Naast een Chinese leverancier willen ze ook een tweede dichterbij, zodat wanneer er een van de twee wegvalt er nog een andere is. We zagen de laatste jaren ook al een kentering door de verdere robotisering. Hierdoor wordt het betaalbaarder voor bedrijven om dichterbij te produceren. De fysieke componenten van de handel zullen allicht lokaler worden, terwijl de digitale handel alleen maar internationaler zal worden. Dat is een beweging die zeker zal blijven. Bedrijven zullen ook nooit meer zo ‘onvoorbereid’ zijn als vandaag. Een onderbroken supply chain wil geen enkel bedrijf nog meemaken.”

Hoe zorgen we ervoor dat ons toerisme een exportproduct blijft, in het algemeen en in het bijzonder voor wat de meetingindustrie betreft?

Smits: “Bij de keuze voor meetinglocaties spelen drie factoren een rol: goede faciliteiten, makkelijke bereikbaarheid met genoeg vluchten en ten derde is er de belevingscomponent. Er moet voldoende te doen zijn, ook voor activiteiten buiten de vergaderzalen. Dat derde punt is het makkelijkst voor onze regio om in te vullen, want er is veel te zien en te doen. Er moet gewoon een goed verhaal rond gebouwd worden. Het hebben van voldoende kwalitatief hoogstaande conferentieruimtes en een goed bereikbare luchthaven is op korte termijn moeilijker. Brussels Airport heeft zich in het verleden niet echt als een internationale hub kunnen profileren. De uitdaging zit dus onder meer in de verdere uitbouw van de luchthaven.”

Is het ook belangrijk dat we het lokale verbinden met het globale?

Smits: “De wereld is eigenlijk een groot dorp geworden, waarin je een authentieke beleving moet kunnen bieden om mensen aan te trekken. Of we dat opzetten met lokaal of internationaal kapitaal is daarbij van minder belang. Als je iets unieks organiseert, dan hebben wij evenzeer het potentieel om onszelf op de landkaart te zetten. Het dancefestival Tomorrowland is daarvan een bijzonder mooi voorbeeld.”

Zal het lokale promoten, genoeg opleveren?

Smits: “Lokaal shoppen en lokaal met vakantie gaan, vereist een zeker soort chauvinisme. Anderen zijn daar veel beter in dan Vlamingen. Ten gevolge van de coronacrisis is er een zeker sentiment om voor dat ‘lokale’ te gaan. Of men dat zal blijven doen op lange termijn, is twijfelachtig. Vlamingen kiezen al snel op basis van prijs: als het buitenlands aanbod even goed maar goedkoper is, gaan ze daar op in. Op vlak van e-commerce hebben bijvoorbeeld heel wat van onze handelaren de boot gemist en zijn buitenlandse spelers erin geslaagd een groot marktaandeel te verwerven. In de coronaperiode hebben ze gezien dat de online verkoop boomt. We moeten die achterstand inhalen. Het lokale sentiment kan daarbij zeker ondersteuning bieden. Ook voor het lokale toerisme kan de tijdelijke rem voor buitenlandse reizen een platform bieden om deze sector te versterken.”

Axel Smits © John Stapels

Zal event- en congrestoerisme sterk verminderen door corona?

Smits: “Op korte termijn zeker wel. Bedrijven kiezen er momenteel voor om hun mensen niet te laten reizen voor vergaderingen. Dat is hoofdzakelijk zo uit veiligheidsoverwegingen, maar als de crisis lang aanhoudt zal men ook kosten willen besparen. Op langere termijn wordt het waarschijnlijk een combinatie van virtuele en fysieke meetings. Helemaal verdwijnen zullen conferenties niet, want mensen willen mekaar echt niet alleen maar van achter een scherm ontmoeten. Het zal wel minder groots zijn dan in het verleden.”

Wat verwacht je als bedrijf van een eventlocatie?

Smits: “Als we met ons bedrijf iets organiseren, hebben we vaak wat grotere, kwalitatieve ruimtes nodig. We hebben bijvoorbeeld de vernieuwde Koningin Elisabethzaal in Antwerpen al gebruikt, tot grote tevredenheid. In ons land zijn prachtige locaties met een geweldige akoestiek om events te doen met een mix van plenaire vergaderingen en break-outs. We zorgen meestal zelf voor de technologische ondersteuning om niet afhankelijk te zijn van de zaal. Die kleden we zo nodig volledig aan. Zolang dit niet – op dezelfde manier – mogelijk is, zie ik ons in de toekomst ook kleinere events op verschillende locaties bundelen tot een groter virtueel geheel.”

Kan religieus erfgoed herbestemd worden als eventlocatie voor bedrijven?

Smits: “We hebben al vaak klassieke concerten georganiseerd in nog functionerende kerken, maar we zien ook steeds vaker kerken die een nieuwe bestemming krijgen, bijvoorbeeld als hotel.  Dat kan voor sommigen misschien wat vreemd lijken, maar het zijn vaak grote gebouwen die ideaal zijn voor wat grotere events.”

Als winst niet meer het hoofddoel is, kan je succes dan aan welvaart meten?

Smits: “Ik ben geen zuivere economist, maar ik denk niet dat het meten van welzijn post-covid plots centraal zal komen te staan. Het is wel een geweldig moment geweest voor mensen die zichzelf constant voorbijlopen om erover na te denken of dat wel zo verstandig is. Veel mensen hebben gezien dat het ook anders kan. Mensen hebben family time herontdekt. Toch zullen de klassieke economische wetten blijven gelden. Net zoals bij vorige crisissen zullen sommige activiteiten verdwijnen en anderen zullen er sterker uitkomen. Ik vind het wel belangrijk dat mensen een goed evenwicht vinden om hun professionele activiteiten leefbaar te houden.”

Zullen de grenzen tussen privé en werk vager worden door corona of komt er net een strikte scheiding?

Smits: “We zijn in ons bedrijf allemaal door een emotionele rollercoaster gegaan. In de eerste fase moesten we zien dat alle technologie werkte van thuis uit. Nadien kwam de fase ‘hoera het werkt en ik sta niet meer in file’. Maar dan kwam de fase dat mensen zeggen: ik zit van ‘s ochtends 7 uur tot ‘s avonds 21 uur te bellen en dat deed ik daarvoor niet. Mensen kregen het lastig, werden moe, moesten ook nog eens alles voor de kinderen regelen en leden onder het sociale isolement. Dat is een artificiële situatie. Als mensen op lange termijn twee tot drie dagen per week thuis blijven werken, dan moeten er goede afspraken gemaakt worden. Wanneer begint het en wanneer stopt het. Daar moeten we goed over nadenken en oplossingen voor vinden.”

Gaan we na corona terug naar business as usual of zullen we de shift maken?

Smits: “Ik denk dat mensen van nature niet zo geneigd zijn om fundamenteel te veranderen. Daarvoor zijn er externe factoren nodig. Eén van die externe factoren is de economische crisis. Veel mensen hebben daardoor minder budget om op reis te gaan en gaan daardoor dichterbij op vakantie. Mensen koesteren nu ook ten dele het thuiswerken en vinden het comfortabel. Dat zal ook wel blijven. Er zijn dus een aantal factoren die het gedrag veranderen, maar daarmee verander je nog geen hele economie. Daarom gaan we nog niet allemaal ecologisch handelen. Je hebt push en pull nodig om mensen te stimuleren. Dingen die aangenamer en makkelijker zijn om te doen, trekken aan door de beleving. Daarnaast heb je minder middelen, wat ook gevolgen heeft. Verder kan ook het beleid van de overheid heel sturend zijn, onder meer door belastingen. We moeten duidelijker tonen dat het fiscale beleid erop gericht is om gedrag duurzaam te veranderen, en niet enkel om de staatskas te spijzen. Bepaald gedrag kan je ontraden door het fiscaal duurder te maken, zeker ook als de marktspelers het te goedkoop aanbieden op een niet-duurzame manier. Toch zullen veel mensen  nog altijd naar zonnige vakantiebestemmingen of naar de sneeuw willen. Wanneer echter vliegtickets duurder worden, zullen mensen minder snel op het vliegtuig stappen. Als de alternatieven duurder gemaakt worden, krijg je meer lokaal toerisme. Los daarvan moet de beleving goed zijn en er moet voldoende over gecommuniceerd worden. Ook op dat punt is er nog ruimte voor verbetering. Veel mensen weten gewoon niet wat er bij ons te zien is en dus trekken ze naar klassieke toeristische trekpleisters in het buitenland.”

Kunnen we meer belastingen heffen bij buitenlandse toeristen?

Smits: “Voor buitenlandse toeristen is een land als België vaak goedkoop. Die toeristen ga je niet wegjagen door bijvoorbeeld een hotelkamer iets duurder te maken met een stadsbelasting, mits je dat geld inzet om de beleving voor die toeristen verder te verbeteren. Belasten zonder toegevoegde waarde te bieden, dat zal echter niet werken. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de ganse horeca: als je meer toegevoegde waarde biedt, dan kan je ook hogere prijzen rekenen en wat meer reserves opbouwen.”

We hebben in ons land weinig eigen merken of eindproducten. Zit daar potentieel in?

Smits: “Vlaanderen is gekend voor kwaliteit en productiviteit. We hebben bedrijven die groeien, maar we kunnen ze vaak niet houden tot het échte grote internationale spelers zijn. Ze worden nog te vaak te vroeg verkocht en dat is jammer. Er zou wel wat meer verankeringsbeleid mogen zijn én meer chauvinisme. We zouden fierder mogen zijn op ondernemers die een wereldspeler willen worden. De grondstof is er, maar we zien het vaak niet groots genoeg. We hebben niet graag dat iemand boven het maaiveld uitsteekt. En we passen ook vaak te traag en te reactief het wettelijk kader aan. Als we in het verleden proactief hadden ingezet op een flexibele regelgeving voor logistieke bedrijven die e-commerce faciliteren, dan hadden die spelers zich niet over de grens gevestigd.”

Welke vakantieplannen heeft u deze zomer?

Axel: “Ik plan altijd minstens een deel van mijn vakantie in eigen land, omdat ik het geluk heb over een tweede verblijf aan zee te beschikken. Daar krijg ik een instant vakantiegevoel. Alles valt onmiddellijk van mij af als ik daar aankom. Dat is onbetaalbaar. De vertrouwdheid, het comfort en de zekerheid van plaatsen die je kent en waar je graag komt, zorgen voor onmiddellijke rust en ontspanning.”

Uitgelichte afbeelding © David Plas Photography

Deel dit artikel