Maak een grote sprong richting levenslang leren

Toerisme vertegenwoordigt bijna negen procent van de tewerkstelling in de Vlaamse economie en dat is niet weinig. “De coronacrisis slaat overal hard toe en daar is maar een oplossing voor: vernieuwen. Daarom zal meer opleiding noodzakelijk zijn.” Dat is de stelling van UGent-professor Stijn Baert. Hij is lid van het economisch relancecomité van de Vlaamse regering, dat nadenkt over welke nieuwe economische accenten er nodig zullen zijn na de crisis.

Het moge duidelijk zijn dat toerisme een belangrijke sector is voor de arbeidsmarkt. In Vlaanderen werken er zowat 260.000 mensen in, dat is een kleine negen procent of bijna 1 op 11. Op elke voetbalploeg die je willekeurig zou samenstellen met werkende Vlamingen, zou er dus gemiddeld iemand werkzaam zijn voor toerisme. Volgens de gegevens van Eurostat uit 2017 is dat cijfer vergelijkbaar met landen als Denemarken, Duitsland en Zweden. In landen waar de zon net iets meer schijnt, zoals Griekenland (26%) en Cyprus (20%), stijgt dat percentage tot twintig procent en hoger. Dat heeft ook te maken met het feit dat die landen minder andere economische troeven hebben dan Vlaanderen.

Grote vrees voor de job

“Onlangs namen wij een enquête af bij een panel van 3.821 Vlaamse werknemers en daarin gaf meer dan 1 op de 5 aan te vrezen zijn/haar baan te verliezen door de coronacrisis. 1 op de 7 vreesde dat dit zelfs voor het einde van het jaar het geval zal zijn. Deze vrees was beduidend groter binnen horeca en toerisme. Ook de vrees dat deze crisis een negatieve invloed zal hebben op de algemene carrière en het ontvangen loon, was er groter. Voor zoverre werknemers goed de evolutie van de tewerkstelling in hun sector kunnen voorspellen, plaatst dit de sector natuurlijk voor een grote uitdaging.”

Zoals altijd bij een economische crisis zullen er ongetwijfeld verliezers zijn. “Enkel diegenen die de crisis aanwenden om te innoveren, kunnen hun internationale marktaandeel zien stijgen. Tijdens de moeilijke jaren 1980 greep de eerste minister-president van Vlaanderen Gaston Geens de kans om met investeringen in toekomstgerichte sectoren de welvaart van onze regio duurzaam aan te zwengelen. Herinner je de DIRV-campagne (Derde Industriële Revolutie) en de beurzen Flanders Technology, met de arm van een robot in het logo. Vlaanderen mocht en zou de nieuwe trends niet missen.

Vlaanderen heeft sterke troeven

“Dit is exact het punt dat we maken met het Vlaamse relancecomité. We pleiten ervoor de crisis te gebruiken als momentum om doorbraken te realiseren, om er als Vlaanderen beter uit te komen. Een kwantumsprong in levenslang leren. Durven investeren in digitale, duurzame en zorgeconomie. Dit betekent vanzelfsprekend ook inzetten op een duurzame toeristische sector en op investeringen in digitalisering binnen deze sector.”

“Vlaanderen – en ik reken daar graag de brede Brusselse omgeving bij – heeft veel toeristische troeven, met een rijk historisch verleden, recentere trekpleisters en ontspanningsmogelijkheden en met – laat ons eerlijk zijn – de beste keuken van de wereld. We moeten alleszins nadenken hoe we nog meer mensen richting onze regio kunnen verleiden. De tewerkstelling in ons land, en zodoende voldoende sterke schouders om onze zorg en pensioenen te ondersteunen, kan daar alleen maar wel bij varen.”

Toerisme is een krachtige tool om na een crisis een hele streek weer op de sporen te krijgen. Denk maar aan de provincie Limburg. Na de sluiting van de steenkoolmijnen en Ford Genk kwam er een sterke focus op toerisme. Inmiddels telt Limburg een aanzienlijk aantal aantrekkelijke toppers en is het een fietsparadijs waar het knooppuntennetwerk ontstaan is. Alle Limburgers ondersteunen de gastvrijheid in hun provincie. “Wat dit betreft, kunnen we de best practices uit deze reconversie vertalen naar het Vlaamse niveau.” beaamt Stijn Baert.

Knelpuntberoepen in toerisme

Al van voor de crisis stond in de VDAB-lijst van knelpuntberoepen onder andere “reisagent business”, “manager hotel en restaurant” en “polyvalent hotelmedewerker”. Er zijn te weinig mensen (kwantitatief) die beschikken over de juiste opleiding en vaardigheden (kwalitatief) om dergelijke openstaande vacatures in te vullen . Stijn Baert: “Hier verwijs ik graag naar het credo “heropleiden, heropleiden, heropleiden” dat ik in een hoorzitting meegaf aan het Vlaams Parlement, in opvolging van het credo “jobs, jobs, jobs”. We zullen mensen die tijdens deze crisis hun baan verliezen snel moeten heropleiden naar jobs waar er veel vraag naar is. Zo niet blijven de openstaande vacatures gemiste kansen. Blijkbaar horen bovenstaande banen in de horeca tot degene waar we mensen zullen moeten naar herscholen.”

“Dit raakt aan de problematiek dat Vlaanderen en België bij de slechtste leerlingen van de klas zitten wanneer het gaat om levenslang leren. Met het relancecomité stellen we voor om de coronacrisis aan te grijpen om, net zoals we medische check-ups ondergaan, Vlamingen op geregelde tijdstippen een competentiecheck te laten ondergaan en te bekijken of ze geen behoefte hebben aan herscholing richting toekomstgerichte sectoren. Wie weet komt er zodoende vaker herscholing richting toerisme uit de bus.”

Horeca een speciaal geval

Verder staan in de knelpuntenlijst van de VDAB ook moeilijk in te vullen vacatures voor zaalpersoneel, zoals maître d’hôtel, kelner en barman. Deze beroepen hebben evenwel niet exclusief te maken met opleiding en vaardigheden, maar met minder aantrekkelijke arbeidsomstandigheden en werkuren.

“Ook dit raakt aan iets wat ik al langer bepleit: werken moet meer lonen”, vindt Stijn Baert. “Dat wil zeggen: het verschil tussen een nettoloon en een sociale uitkering moet groter worden en werkenden moeten beter ondersteund worden via toegankelijker en flexibeler kinderopvang. Dit kan het verschil maken om al dan niet voor een baan als barman of kelner te gaan.”

Vakantie in eigen regio

De coronacrisis doet ons op onszelf in de verdediging terugtrekken. Moet de overheid alle Vlamingen verplichten om hier vakantie te nemen? “Neen, dat gaat te ver”, antwoordt Stijn Baert. “Als economist ben ik geen grote voorstander van protectionisme. Wanneer we onze burgers ertoe aanzetten om vooral te gaan voor goederen en diensten uit de eigen regio, kunnen ook andere landen en regio’s dat doen. Dit zou erg nefast zijn voor een exportgerichte economie als de onze.”

“Nu, naast wetenschapper ben ik natuurlijk ook gewoon een Vlaamse burger en als dusdanig kan ik Vlaanderen als vakantieland zeker aanbevelen. We mogen best wat trotser zijn op wat we allemaal in huis hebben. We kunnen niet verwachten dat men in het buitenland nog meer van onze regio gaat houden, als we dat zelf onvoldoende doen. Zelf vind ik vakantie in Vlaanderen heerlijk, al vele jaren!”, besluit Stijn Baert lachend.

Deel dit artikel